BKR woordenboek - S t/m Z
Spaarhypotheek
De spaarhypotheek is een hypotheekvorm waarbij de premie voor de meeverbonden levensverzekering dient voor een deel om het overlijdensrisico te verzekeren (de 'risicopremie') en voor het overige deel om de aflossing bij elkaar te sparen (de 'spaarpremie'). Over de spaarpremie wordt een rente vergoed die altijd gelijk is aan de overeengekomen hypotheekrente. Er wordt een aflossingskapitaal bijeen gespaard dat op ieder moment even hoog is als de aflossing bij een vergelijkbare annuïteitenhypotheek. Op de einddatum is de beoogde aflossing gegarandeerd bijeen gespaard.
Taxatie
Taxatie is de officiële waardebepaling van een woning door een taxateur (makelaar). De meeste geldverstrekkers vragen voor het afsluiten van een hypotheek een taxatie(rapport) om de waarde van de woning vast te stellen. Bij een taxatie wordt onder andere de zogemaande executiewaarde van de woning bepaald, aan de hand waarvan bepaald wordt of de waarde van de woning voldoende is voor de gewenste hypotheek.
Taxatiekosten
De taxatiekosten zijn de kosten die gemaakt worden voor de taxatie van de woning. De 'standaard' NHG taxatiekosten zijn 1,85 €, maar ook de taxatiekosten zijn onderhandelbaar.
Uitgestelde lijfrente
Uitgestelde lijfrente is een toekomstige periodieke uitkering op basis van een lijfrenteverzekering die ingaat op een vooraf overeengekomen datum, bijvoorbeeld op het moment van pensionering
Vermogensbelasting
Vermogensbelasting is een belasting die moet worden betaal als het vermogen groter is dan de gelde vrijstellingen. De overwaarde van een eigen huis maakt deel uit van het vermogen.
WOZ-waarde
De WOZ-waarde is de waarde van de woning volgens Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De WOZ-waarde wordt elke vier jaar door de gemeente vastgesteld. Op basis van de WOZ-waarde wordt het eigenwoningforfait en de onroerendzaakbelasting berekend.